NRC – Aanpak Markermeerdijk – Een historische vergissing

Rubriek Brieven van het NRC van 22 mei bevat het volgende artikel.

Auteur: Soemini Kasanmoentalib

Afgelopen 6 mei werd een begin gemaakt met de versterking van grote stukken van de Markermeerdijk tussen Amsterdam en Hoorn. Het Waterlandse gedeelte van deze dijk, tussen Durgerdam en Uitdam, een geliefd wandel- en fietspad, zal langdurig worden afgesloten. De voormalige Zuiderzeedijk wordt gedurende twee jaar versterkt door de Alliantie Markermeerdijken, een verbintenis tussen het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en enkele grote aannemers.

Tegen deze versterking hebben wij, de IJsselmeervereniging samen met de Stichting Zuyderzeedijk, ons jarenlang verzet. Maar wij hebben deze strijd verloren. De Raad van State, op wie wij onze laatste hoop gevestigd hadden, besliste op 22 april dat de versterking kan doorgaan, omdat de dijk niet langer voldoet aan de nieuwe veiligheidsnormen.

Inwoners van Amsterdam en Waterland die de afgelopen maand over de dijk fietsten en wandelden, zullen waarschijnlijk niet beseft hebben dat ze voor de laatste maal de oude zeedijk in zijn volle glorie zagen. Deze dijk, uitvoerig beschreven door Jac. P. Thijsse in het Verkade-album Langs de Zuiderzee en opgevoerd door Nescio in zijn Titaantjes, lag er toen op zijn mooist bij met het gele koolzaad langs het fietspad. Tureluurs en kwikstaarten hipten over de Noordse stenen aan de voet van de dijk – sommige van die stenen zijn nog afkomstig van de Drentse hunebedden die in de 19de eeuw voor dit doel waren gekliefd. En daartussen gleden ringslangen, de trots van de plaatselijke natuurbescherming.

Dit alles is na de dijkversterking definitief verleden tijd. De dijk wordt over 33 kilometer verhoogd en verbreed. De historische slingeringen en bochtjes worden deels rechtgetrokken en de waterzijde wordt bedekt met ‘basalton’, een waterdichte laag van asfalt en beton. Dit is nodig voor onze „waterveiligheid”, zoals de Alliantie Markermeerdijken niet moe wordt te verzekeren. Een moderne, „zeewerende” dijk is nu eenmaal nodig om ons te beveiligen tegen… ja, wat? Tegen de ‘Waterwolf’ die eeuwenlang stukken polder van Noord-Holland wegvrat? Tegen het hoog opgestuwde Noordzeewater van een westerstorm? Nee, allang niet meer. Sinds 1932 ligt er de Afsluitdijk en sinds 1975 de Houtribdijk tussen Enkhuizen en Lelystad. Het Markermeer, het zuidelijk deel van het voormalige IJsselmeer, is tegenwoordig niet meer dan een ondiep zoetwaterreservoir waarvan het peil volledig door Rijkswaterstaat wordt bepaald. Zelfs hoge waterstand van de Gelderse IJssel vormt geen bedreiging: die rivier mondt uit in het noordelijk deel van het IJsselmeer, gescheiden van het Markermeer door de Houtribdijk. Dus wat nou ‘waterveiligheid’ en ‘zeewerend’?

We hadden vele alternatieven aangedragen, vooral gericht op het hergebruik van het oude basalt en de Noordse stenen. Verhoging van de veiligheid is prima, maar laat het oude aanzicht behouden blijven! Terwijl in Zeeland het besef is doorgedrongen dat de ingrepen van de Deltawerken veel nodeloze schade met zich meebrachten – en men hier en daar begonnen is die schade te herstellen – gaat men in het IJsselmeergebied onverdroten voort met ingrijpende versterkingen. Voor 33 kilometer Markermeerdijk wordt 630 miljoen euro ingezet – bijna 20.000 euro per meter.

Goed, we hebben verloren. Het besluit tot deze draconische ingreep is op democratische wijze tot stand gekomen – al houden wij onze twijfels over een ‘alliantie’ van een openbaar lichaam en op winst gerichte aannemers. Maar wij zijn ervan overtuigd dat deze versterking een historische vergissing is.

De baggerschepen, de stenenstorters en de hekkenzetters zijn begonnen. Over twee jaar is deze sierlijke zeedijk, het resultaat van eeuwenlang geploeter door onze voorvaderen, voorgoed verdwenen.
Benno van Tilburg Voorzitter IJsselmeervereniging

Lees dit artikel ook op NRC.nl